Saturday, October 29, 2005

 

DE GESCHIEDENIS VAN DE BOUWVENEN

_________________________________________
De Bouwvenen, restant van veenontgining.

Blaricum wordt in het oosten begrensd door de Gooiersgracht.
Deze gracht werd in de vijftiende eeuw aangelegd als grens
tussen 't Gooi en Sticht. De afbakening diende om verdere
uitbreiding van 't Sticht, via de veenontginning vanuit Eemnes,
te stoppen. Vanaf de Leeuwenpaal werd de gracht in de
richting van de Dom van Utrecht gegraven. De Gooiersgracht
sneed van de ontginning aan de Gooise kant een driehoekige
strook af over een lengte van ca. 3 km. De top van de driehoek
lag bij de Leeuwenpaal en de basis van ca. 360 m lag gemiddeld
300 m voor de Larense grens. Dit gebied werd de Bouwvenen
genoemd. De Eemnessers behielden de grond tegen betaling van een
soort grondbelasting. Deze bestond, net als in Eemnes, uit de
zogenaamde Elfde Schoof. Het overige bouwland in 't Gooi was
belast met de koptienden, hierbij bedroegen de af te dragen
koppen koren 4 liter per 2 are bouwland. Later werd deze
heffing omgezet in een geldbedrag, te betalen in januari.
De inkomsten hieruit waren in de 17e en 18e eeuw in handen
gekomen van de regentenfamilie Hooft. Deze familie inde generaties
lang de koptienden- en Elfde Schoof belasting. Deze
feodale lasten kwamen bovenop de zware kosten, die de arme
plattelandsbevolking toch al te dragen had. De ongeletterde
boeren bleven braaf betalen, totdat een rijke grondbezitter in
1843 hier tegen in verzet kwam. De processen, die hij hier
tegen voerde, leidden pas in 1847 tot opheffing.

De Elfde Schoof en de hofsteden .

De Bouwvenen waren van de koptiendenheffing uitgesloten, want
daar gold de Elfde Schoof. Deze last drukte echter zwaarder
dan de koptienden. Iedere elfde schoof koren, van het bouwland
aldaar, moest worden afgestaan aan de bezitter van deze belasting.
Natuurlijk maakte die zijn handen niet vuil. Jaarlijks
werd in juli de 'elfde schoof' aan de meest biedende verpacht.
De schoven moesten op het land blijven staan, totdat de
pachter zijn elfde deel had weggehaald. Veel van deze pachtakten
zijn nog aanwezig en wijzen tevens op enkele merkwaardigheden
in dit gebied. De Bouwvenen waren verdeeld in ruim honderd
percelen en eigendom van tientallen eigenaren. Ten behoeve van
de verpachting werd het gebied in 5 'blocken' gesplitst. Bij
de afbakening doken de namen op van de landhuizen of hofsteden,
die hier gestaan hadden. Genoemd werden de Capits Hofstede,
het Stachouwer Huis (of Hofstede) en 'het Slot Ruysdael'.
Op bijna alle 17e en 18e eeuwse Gooise landkaarten staan de
Bouwvenen en deze huizen aangegeven. Zelfs op de Gooilandkaart
van A. Perk uit 1843 staan ze vermeld met de toevoeging 'van
ouds'. Over deze landhuizen en het bewonen ervan is weinig
bekend, wel over sommige bewoners. Genoemde landgoederen
behoorden van ouds niet allemaal tot het rechtsgebied van
Blaricum. Omstreeks 1824 werden deze enclaves van andere
Gooise gemeenten bij Blaricum gevoegd.

Van Capits Hofstede tot de Capitten.

De Capitten, het gebied van de Capits Hofstede viel onder twee
juresdicties. Ca. 3,9 ha behoorde tot de Naarder- en ca.2.2 ha
tot de Laarder Ban. Niet bekend is wanneer de Capits Hofstede
werd gebouwd of werd afgebroken. De Hofstede was gesticht door
de familie Capit. De laatste eigenaar uit deze familie, Dirck
Capit, bezat alleen nog het Capitten Bosch. Op 28 april 1724
verkochten zijn erfgenamen dit bos aan Willem Verwey, schepen
te Eemnes. De familie Capit stamde uit Amsterdam, waar sommige
familieleden ook de naam Coppit voerden. De rijke houtkoper
Jacob Pietersz Coppit was aldaar schepen van 1591 tot 1629 en
werd 'monsieur Capit' genoemd. Hij was verwant aan de familie
Stachouwer die ook een hofstede in de Bouwvenen bezat.

Van 't Slot Ruysdael tot Hoge Slot.

Het oudste en belangrijkste landhuis of Slot in de Bouwvenen
werd gesticht door Dirck Heymansz Ruysch, een Amsterdamse
burgemeester uit 1483. Keizer Maximiliaan van Oostenrijk had
Ruysch deze domeingrond in 1488 geschonken. In ruil daarvoor
had Ruysch met anderen hem een lening van 1554 pond verstrekt.
't Slot was zo belangrijk dat het reeds werd afgebeeld op de
'Ronde kaart van Gooiland' uit 1521. Vanaf die tijd werd het
op de meeste lokale kaarten vermeld. Het terrein viel onder
de Ban van Naarden. Naast 't Slot stond een pachtboerderij.
Van de 17e tot midden 18e eeuw kwamen de pachtboeren uit
Blaricum. De verschillende eigenaren van het landgoed zijn
bekend. Omstreeks 1700 is het huis afgebroken en bleef alleen
het land met de boerderij over. Vanaf 1722 tot ca. 1832
behoorde dit geheel aan de familie Ploos van Amstel.
De bekend­ste afstammelingen van Ruysdael zijn de kunstschilders
Salomon en Jacob van Ruysdael. Beiden namen deze naam in het midden
van de 17e eeuw aan. Hun voorvader stamde uit Blaricum en was
waarschijnlijk pachter geweest op de slotboerderij. Nadat ook
de boerderij was afgebroken noemde men dit perceel 'Het Hoge
Slot' en de toegangsweg Slotweg.
De fundamenten van 't Slot zijn in 1974/76 blootgelegd, maar
die waren te veel verstoord om iets over het bouwwerk aan de
weet te komen.

Van Stachouwer Hofstede tot Stachouwersveld.

Waar ooit de Stachouwer Hofstede lag, ligt nu de woonwijk De
Bouwvenen. Dit landgoed behoorde van ouds her tot Blaricum.
Johan Stachouwer bezat hier op 13 juni 1626: "zekere huizinge,
landen en boomgaard omtrent het dorp Blaricum".
Deze hofstede,
gelegen in de Bouwvenen was: "omtrent tien rijnlandtsche
morgen met huisingen en schuyren, timmeragie, boomgaard ende

plantagie" Bij de aanleg van de Stachouwer Hofstede deden
zich moeilijkheden voor. In 1633 werd al hetgene door Johan
Stachouwer geplant en gebouwd was, door onbekenden in een
nacht omgesmeten en gerooid. "Dit zoude zijn geschiet op
instigatie van Cornelis Wouterszoon, eertijds Buurmeester van

Blaricum". Deze actie ging waarschijnlijk uit van de autochtone
bevolking. Het hield verband met het verzet tegen de rijke
Amsterdammers die een groot stuk van de erfgooiersgrond
ontvreemden om op het s'Graveland landgoederen te stichten. De
erfgooiers vonden dat daarmee hun rechten werden geschonden.
Johan Stachouwer stierf op 2 augustus 1655. Zijn grafsteen,
getooid met zijn wapen, is bij de ingang van de Hervormde
Kerk van Blaricum te bezichtigen. Johan liet bij zijn overlijden
al zijn bezittingen na aan zijn drie dochters. De hofstede werd
na zijn dood afgebroken, zoals blijkt uit een notitie hierover
van de Naardense vroedschap in september 1671.
Nadat het huis was afgebroken restte alleen nog het Stachouwersveld.
Johan's dochter, Catharina, verkocht dan ook op 28 oktober 1682:
"seecker stuck lants gelegen doghte bij voorsz. dorp (Blaricum)
groot omtrent vijff morgen sijnde weleer geweest de hoffstede off
woninge van Johan Stachouwer".

Van Stachouwersveld tot woonwijk.

De juiste ligging van het Stachouwersveld is nog niet exact
bepaald. Uit verschillende akten uit de 18e en 19e eeuw is af
te leiden tussen welke kadastrale percelen het gelegen heeft.
Na de invoering van het kadaster (in 1832) bleef namelijk een
tijdlang de gewoonte bestaan om ook de veldnaam naast het
kadasternummer te noemen. De uiterste grenzen lagen tussen het
voormalige perceel B 788 en perceel B 819. Ook op de 19e
eeuwse Gooilandkaart van A. Perk is het Stachouwersveld
aangegeven. De schaal is te klein om de precieze ligging af te
meten. Duidelijk is in ieder geval dat 'De Steeg' door het
Stachouwersveld liep. ('De Steeg' is waarschijnlijk dezelfde weg,
die in het Molenveenboek anno 1777 wordt aangeduid als
'Staghouwerssteeg') De Steeg werd in het begin van deze eeuw
omgedoopt tot Stachouwerweg. Het gedeelte van deze weg dat
door de wijk De Bouwvenen loopt draagt nu de naam Rongen en
Kogge. Het is jammer, dat deze woonwijk niet de historische naam
Stachouwersveld heeft gekregen.
________________________________________
Wijkkrant Bouwvenen (Blaricum)
F.J.J. de Gooijer.
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
http://erfgooiers.write2me.nl/
___________________________________

This page is powered by Blogger. Isn't yours?